Aanvang terbeschikkingstelling

2 december 2010 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJNBO5129, 09/00065

Het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een onderneming van een verbonden persoon of aan een BV waarin de terbeschikkingsteller een aanmerkelijk belang heeft valt in box 1 van de inkomstenbelasting als resultaat uit werkzaamheid. Over het moment waarop een terbeschikkingstelling begint zijn al meerdere procedures gevoerd. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2010 geldt als aanvangstijdstip voor de terbeschikkingstelling van onroerende zaken het tijdstip van aanschaf als de onroerende zaak is aangeschaft met de gezamenlijke bedoeling van de belastingplichtige en de gelieerde vennootschap om de onroerende zaak in gebruik te geven aan de vennootschap. Ook als die bedoeling niet duidelijk blijkt uit een overeenkomst, kan de terbeschikkingstelling toch beginnen op het moment van aanschaf als er bijzondere omstandigheden zijn, die wanneer de gebruiker en de eigenaar van de zaak niet-gelieerd zouden zijn geweest, zouden hebben geleid tot het maken van afspraken vooraf over de aanschaf en het gereedmaken voor gebruik. Ander gebruik van een onroerende zaak na de aanschaf verhindert de toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling.

 

Onder verwijzing naar dit arrest was Hof Arnhem van oordeel dat de bouw van een bedrijfspand dat specifiek was afgestemd op het gebruik als houthandel vanaf het moment van aanschaf onder de terbeschikkingstellingsregeling viel. In niet gelieerde verhoudingen zou voorafgaand aan de aanschaf afstemming hebben plaatsgehad met de beoogde gebruiker om te verzekeren dat de investering conform de voorgenomen bedoeling kon worden aangewend. Het gebruik voor de houthandel stelde specifieke eisen aan de bouw en inrichting van het bedrijfspand op het gebied van de brandveiligheid.

Door de uitspraak van het hof kon het pand tegen de kostprijs op de openingsbalans van de werkzaamheid worden opgenomen. De inspecteur wilde dat het pand werd geactiveerd voor de lagere waarde in het economische verkeer. Dat zou gevolgen hebben voor de hoogte van de afschrijvingen.