19 juni 2009 | Hof Den Bosch | jurisprudentie | LJN BI4815, 08/00352
Bij de invoering van de Wet IB 2001 is de categorie “overige werkzaamheden” uitgebreid met de terbeschikkingstelling van vermogen aan een vennootschap waarin de terbeschikkingsteller een aanmerkelijk belang heeft. De regeling is bedoeld om te voorkomen dat bijvoorbeeld het bedrijfspand dat door een DGA aan zijn BV wordt verhuurd in box 3 terecht zou komen en daar gunstig belast zou zijn.
Over het moment waarop een terbeschikkingstelling begint zijn al meerdere procedures gevoerd. Het belang is vaak gelegen in de aftrekbaarheid van kosten. De belastingdienst maakte het onlangs wel zeer bont. Een DGA had een bedrijfspand gekocht om dit te verhuren aan zijn BV. De levering vond plaats op 28 mei 2003. Op de dag van de aankoop nam de BV het pand ook in gebruik. De huurovereenkomst met de BV kende als ingangsdatum 1 juni 2003. Over de tussenliggende dagen was geen huur berekend. Volgens de inspecteur was de terbeschikkingstelling pas op 1 juni 2003 ingegaan. De inspecteur corrigeerde het inkomen uit de terbeschikkingstelling en schoof een gedeelte van de hypotheekschuld naar box 3.
Volgens Hof Den Bosch is de zienswijze van de inspecteur niet in overeenstemming met de ratio van de terbeschikkingstellingsregeling zoals die in de parlementaire geschiedenis is weergegeven. Daaruit blijkt dat de belastingheffing van ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen zoveel mogelijk gelijk moet verlopen met de belastingheffing over tot het ondernemingsvermogen behorende vermogensbestanddelen.
In dit geval hield dat in dat het pand vanaf het moment van de aanschaf moest worden gerekend tot het werkzaamheidsvermogen.
In deze procedure was verder in geschil of het pand voor de aankoopprijs inclusief kosten koper moest worden opgenomen. Onder verwijzing naar de parlementaire behandeling beantwoordde het Hof deze vraag bevestigend.