Bepaling woonplaats

17 oktober 2008 | Overig | jurisprudentie | LJNBG3864, AWB 06/6350

In een procedure voor de rechtbank Breda was de woonplaats van de belanghebbende in geschil. De belanghebbende stelde dat hij in het buitenland woonde, maar de inspecteur merkte de belanghebbende aan als inwoner van Nederland, zowel voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet als voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk. De inspecteur diende zijn standpunt te bewijzen. Op basis van de volgende feiten en omstandigheden oordeelde de rechtbank dat de inspecteur daarin was geslaagd. 1. De belanghebbende stond in 2001 en eerdere jaren ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie. 2. De belanghebbende had samen met zijn echtgenote de beschikking over een woning in Nederland. 3. De belanghebbende deed tot en met 2002 aangifte inkomstenbelasting als binnenlands belastingplichtige. 4. De advocaat van de belanghebbende stuurde correspondentie naar het adres van de sub 2 genoemde woning. 5. In diverse stukken van en aan de belanghebbende werd als woonplaats een plaats in Nederland vermeld, terwijl er geen stukken waren waarin een buitenlandse woonplaats werd vermeld. 6. Op grond van een analyse van de gevoerde gesprekken met zijn mobiele telefoon verbleef de belanghebbende 70% van zijn tijd in Nederland. Dat kwam overeen met verklaringen van de belanghebbende zelf tegenover de politie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. 7. De belanghebbende was de enige statutaire directeur en aandeelhouder van een in Nederland gevestigde vennootschap.