19 februari 2010 | Hof Den Haag | jurisprudentie | LJNBL3712, BK-09/00590
Met ingang van 1 januari 2010 wordt de heffingsrente bij een aanslag inkomstenbelasting geheven vanaf 1 januari van het jaar volgend op het belastingjaar tot de datum van dagtekening van de aanslag. In voorgaande jaren was dat anders en begon het tijdvak waarover rente wordt berekend al op 1 juli van het belastingjaar, ongeacht het tijdstip waarop inkomsten werden ontvangen. Die regeling kon leiden tot rare uitkomsten. Zo gaf iemand in de aangifte over 2006 de uitkering uit een kapitaalverzekering aan die was geëxpireerd op 31 december 2006. De uitkering werd pas in januari 2007 ontvangen. Het bedrag van de uitkering was € 262.171. Met name door deze uitkering werd bij het opleggen van de aanslag een bedrag van € 5.392 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Hof Den Haag was van oordeel dat de omstandigheid dat de belanghebbende in 2006 niet de beschikking heeft gehad over het uitgekeerde bedrag, niet tot gevolg heeft dat over die periode geen heffingsrente in rekening kan worden gebracht. Volgens de parlementaire geschiedenis bij de betreffende wijziging van de regeling is uitgegaan van de fictie dat het belastbare inkomen en daarmee de belastingschuld gelijkmatig aangroeit gedurende het gehele jaar. Met dat uitgangspunt is niet verenigbaar om een bepaald inkomensbestanddeel uit te zonderen omdat het pas aan het einde van het jaar is opgekomen.