Berekeningswijze premiedifferentiatie

29 oktober 2010 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJNBM0387, 09/00923

Een werkgever viel volgens het UWV voor het jaar 2006 in de categorie kleine werkgevers van sector 43. De gedifferentieerde premie voor de WAO voor dat jaar bedroeg 0,75% van het premieplichtige loon. De werkgever was van mening dat de wijze waarop dit premiepercentage door het UWV was vastgesteld in strijd was met de wet. Het UWV had rekening gehouden met (een deel van de) indirecte uitkeringslasten die zijn toe te rekenen aan niet meer bestaande kleine werkgevers in de sector. Dat was in overeenstemming met het Besluit Wet financiering sociale verzekeringen. In dat besluit is sprake van verwachte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen "voor zover die kunnen worden toegerekend aan de gezamenlijke kleine werkgevers in de sector". Volgens de Hoge Raad moeten daaronder ook de uitkeringslasten worden begrepen die zijn toe te rekenen aan niet meer bestaande kleine werkgevers in de desbetreffende sector.

Deze methode van premiedifferentiatie sluit aan bij het stelsel van de wettelijke regeling en is niet in strijd met algemene rechtsbeginselen.