13 augustus 2009 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN BJ2012, 43873
Bij de registratie van een personenauto in Nederland moet BPM worden betaald. Dat geldt niet alleen voor nieuwe auto’s, maar ook voor gebruikte auto’s. Bij de invoer van gebruikte auto's hoeft uiteraard niet over de volledige nieuwwaarde BPM te worden betaald, maar wordt rekening gehouden met de afschrijving.
Volgens de Hoge Raad moet bij de waardebepaling van een gebruikte auto voor de heffing van BPM de inruilwaarde zoals de handel die pleegt te hanteren als uitgangspunt worden genomen. Wanneer een handelaar een dergelijke auto inkoopt, is de resterende BPM op deze auto gelijk aan een evenredig deel van de door de handelaar betaalde inkoopsom. De op die auto rustende BPM wordt niet verhoogd door de marge die de handelaar bij verkoop van die auto realiseert. Wanneer zou worden uitgegaan van de verkoopwaarde van de auto zou de marge van de handelaar in de heffing worden betrokken en zou de heffing van BPM hoger zijn dan de BPM die rust op een gelijksoortige eerder geregistreerde gebruikte auto. Dat is in strijd met het EG-recht.