14 mei 2007 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN: AT3038, 40565
Ondernemers moeten bij de vaststelling van hun winst over een jaar rekening houden met de declarabele vorderingen die zij hebben wegens verrichte werkzaamheden. Hof Arnhem heeft dat uitgesproken in een procedure over de aanslag vennootschapsbelasting van een BV. Door het verrichten van werkzaamheden waren declarabele vorderingen ontstaan. Deze moesten voor de bepaling van de winst geactiveerd worden. De Hoge Raad heeft het oordeel van het Hof bevestigd, aangezien het Hof niet uitging van een onjuiste rechtsopvatting.