14 mei 2007 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN-nummer: AE6379 Zaaknr: 35923
Sinds het voorjaar van 1996 geldt het besluit Tellers in speelautomaten en houden de horeca-exploitanten de tellerstanden bij. Gevolg is vaak een aanzienlijke stijging in de verantwoorde opbrengsten. Dat leidde tot navordering van inkomstenbelasting en naheffing van omzetbelasting wegens verzwegen omzetten in de periode voorafgaand aan 1996. De inspecteur baseert zijn stelling, dat te weinig omzet is verantwoord in eerdere periodes op de omzet over de periode waarin de tellerstanden werden geregistreerd. Het bewijs, dat de inspecteur op die manier een onjuiste omzet voor die eerdere periodes heeft berekend, is door het ontbreken van de tellerstanden of andere registraties moeilijk te leveren. Dat de horeca-ondernemer moet bewijzen, dat het standpunt van de inspecteur niet juist is vormt geen onredelijke verdeling van de bewijslast. Meer dan algemene omstandigheden of verklaringen aanvoeren lukt veelal niet. Als het Hof een dergelijk verweer gemotiveerd verwerpt is daar in cassatie niets aan te doen. Dat bij eerdere controles niets is gezegd over de manier, waarop de omzet is verantwoord wil niet zeggen, dat de verantwoorde omzet dan juist is. Deze uitspraak is in overeenstemming met de lijn in de rechtspraak: aanslagen en boete werden gehandhaafd.