14 mei 2007 | Ministerie van Financiƫn | besluit | CPP2002/137M
De wet op de inkomstenbelasting kent een faciliteit voor het geval waarin een onderneming na het overlijden van de ondernemer door zijn erfgenamen wordt voortgezet. Die faciliteit houdt in, dat door de overleden ondernemer geen belasting is verschuldigd over de meerwaarde van de onderneming. De voortzettende erfgenamen moeten dan wel de boekwaarde van de onderneming, zoals die voor de overleden ondernemer gold, als uitgangspunt nemen. Iemand die zijn onderneming verhuurt, kan nog steeds ondernemer zijn. Komt de verhuurder te overlijden en gaan de erfgenamen door met de verhuur van de onderneming, dan geldt de faciliteit niet. De erfgenamen hebben de onderneming nooit zelf geexploiteerd en zijn dus geen ondernemer. Ook in het geval de onderneming aan de huurder wordt nagelaten geldt de faciliteit niet. De staatssecretaris van Financien heeft nu goedgekeurd, dat wanneer de onderneming aan de huurder wordt nagelaten en door hem wordt voortgezet toch van de faciliteit gebruik kan worden gemaakt. Naast het gebruikelijke verzoek om toepassing van de faciliteit bij de aangifte van de overleden ondernemer moet er een door de voortzetter getekende verklaring komen, dat hij zich niet zal beroepen op onjuiste toepassing van het wetsartikel waarin de faciliteit is opgenomen.