14 mei 2007 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJN-nummer: AE5911 Zaaknr: 01/02336
De echtgenote van een directeur-grootaandeelhouder verrichtte werkzaamheden voor de BV van haar man. De werkzaamheden bestonden uit bijhouden van de administratie. Zij ontving een vergoeding van ƒ 6.000 per jaar voor deze werkzaamheden, waarmee zij gemiddeld twee dagen per week bezig was. Volgens Hof Arnhem was sprake van een dienstbetrekking, omdat de vrouw persoonlijk arbeid verrichtte en in een gezagsverhouding stond tot de werkgever. Gezien de hoogte van het ontvangen bedrag moest volgens het Hof sprake zijn van netto loon en was de inspecteur bij het opleggen van de naheffingsaanslag terecht uitgegaan van brutering van het betaalde bedrag.