Eindafrekening bij zetelverplaatsing

20 januari 2012 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJNBV0641, 08/05322

In verband met de verplaatsing van de feitelijke leiding van een BV van Nederland naar de Nederlandse Antillen paste de Belastingdienst over de stille reserves in de effectenportefeuille van de BV de eindafrekening van de vennootschapsbelasting toe. Er volgde een procedure over de vraag of de eindafrekening over de stille reserves in strijd is met het Europese recht. Volgens Hof Arnhem is dat niet het geval.

 

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen dit oordeel van het hof afgewezen. Zelfs al zou de eindafrekening op zichzelf in strijd zijn met de Europeesrechtelijke vrijheid van kapitaalverkeer, dan zorgt de zogenaamde standstillbepaling ervoor dat geen sprake is van een door het EG-verdrag verboden beperking van het kapitaalverkeer. De standstillbepaling houdt in dat op 31 december 1993 bestaande beperkingen van het kapitaalverkeer mogen blijven bestaan. Dat geldt ook voor een later vastgestelde nationale maatregel, mits deze op de voornaamste punten identiek is aan de vroegere wetgeving.

De regeling van de Wet op de Vennootschapsbelasting die in het jaar van verplaatsing gold, was op de voornaamste punten identiek aan de op 31 december 1993 geldende wettelijke regeling, aldus de Hoge Raad.