Fosfaatheffing mesttransporteur

20 augustus 2010 | Hof Amsterdam | jurisprudentie | LJN BN3429, 08/00281

Een bedrijf dat zich bezighield met het transport en de opslag van mest werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag fosfaatheffing. De mest werd aangevoerd in containerbakken. Deze containerbakken werden opgeslagen op het bedrijf en na verloop van tijd weer afgevoerd. De containers werden niet gelost; de mest werd afgevoerd in dezelfde container waarin deze was aangevoerd. Volgens de inspecteur was er een fosfaatoverschot van 106 kg, waarover een bedrag van € 954 aan fosfaatheffing werd geheven. Het overschot was 0,06% van de aangevoerde hoeveelheid fosfaat. De inspecteur had het fosfaatoverschot vastgesteld aan de hand van monsternemingen.

De belanghebbende vond dat geen naheffingsaanslag kon worden opgelegd omdat er geen sprake kon zijn van een verschil tussen de hoeveelheid aangevoerde en afgevoerde fosfaat. De inspecteur meende op grond van de tekst van de wet te moeten naheffen, ook al was het gemeten verschil minimaal ten opzichte van de getransporteerde en opgeslagen hoeveelheden. Hof Amsterdam was van oordeel dat er onder deze specifieke omstandigheden, waarbij niet in geschil was dat exact dezelfde partijen droge mest zijn aangevoerd en weer afgevoerd, geen reden was om een naheffingsaanslag op te leggen, omdat geen sprake was van een werkelijk fosfaatoverschot.