29 februari 2012 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJNBV6736, 11/03244
Hof Amsterdam vernietigde in hoger beroep de aan een BV over het jaar 2000 opgelegde navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en de bijbehorende boete. De BV stelde tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie in. Omdat het beroep in cassatie voor de BV niet kan leiden tot een gunstiger resultaat dan de uitspraak van het hof, heeft de BV geen belang bij dat beroep. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De BV voerde in cassatie aan dat zij een processueel belang had bij een beslissing op het beroep in cassatie. Dat belang lag in de gevolgen die de uitspraak van het hof zou kunnen hebben op belastingaanslagen over latere jaren van andere belastingplichtigen. Volgens de Hoge Raad is dat geen belang bij een beroep in cassatie in deze zaak.