7 augustus 2009 | Hof Amsterdam | jurisprudentie | LJN BJ2175, 07/00709
Ondernemers zijn verplicht om een administratie bij te houden. De administratie is uitgangspunt voor de winstberekening en dus voor de belastingheffing. Voldoet een ondernemer niet aan zijn administratieplicht, dan kan dat gevolgen hebben in een fiscale procedure. Door omkering en verzwaring van de bewijslast zal de ondernemer overtuigend moeten bewijzen dat een door de inspecteur aangebrachte correctie op zijn winstberekening niet juist is. Als de ondernemer in een procedure betwist dat hij niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan, dan moet de inspecteur met feiten en omstandigheden komen om zijn standpunt te bewijzen. De inspecteur kan niet volstaan met het ‘bij gebrek aan wetenschap’ betwisten van door de ondernemer gestelde feiten.
Een rijschoolhouder voerde in een procedure aan dat hij de namen van, de betalingen door, en de afspraken met de leerlingen in zijn agenda had genoteerd. Het ontbreken van de leskaarten had daarom niet tot gevolg dat zijn administratie niet juist was. De controlerend ambtenaar van de belastingdienst verklaarde dat de in de agenda vermelde gegevens overeenkwamen met de in de administratie opgenomen gegevens. Hof Amsterdam ging er daarom van uit dat het betoog van de ondernemer juist was. Dat had tot gevolg dat het Hof ook aannam dat alle relevante gegevens van de leskaarten in de administratie terug te vinden waren. Het ontbreken van de leskaarten leidde niet tot de conclusie dat de ondernemer niet aan zijn administratieverplichting had voldaan.