29 oktober 2010 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJN BO1271, 09/00451
Belastingheffing over de winst die een onderneming behaalt bij de verkoop van een bedrijfsmiddel kan worden uitgesteld als de ondernemer het voornemen heeft om tot herinvestering over te gaan. De behaalde winst wordt dan gereserveerd in een herinvesteringsreserve. Herinvestering moet uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is gevormd plaatsvinden. Onder bijzondere omstandigheden is verlenging van deze termijn mogelijk.
Het traag verlopen van de onderhandelingen over een herinvestering is geen bijzondere omstandigheid, aldus Hof Arnhem. Een BV met een bestaande herinvesteringsreserve trad in april 2004 in onderhandeling met een potentiƫle verkoper over de aankoop van een pand. Dat resulteerde in een bod dat in juli 2004 mondeling werd aanvaard. De transactie vond uiteindelijk pas in 2005 doorgang, nadat gedurende ruim een jaar tussen partijen geen enkel contact was geweest. Naar het oordeel van het hof was niet aannemelijk dat al in 2004 een voor beide partijen bindende verplichting tot stand was gekomen. Het hof vond vooral van belang dat de directeur van de BV had verklaard dat hij in het najaar 2004 ervan uitging dat de transactie niet door zou gaan omdat hij niets meer van de verkoper had gehoord.
Gevolg was dat de herinvesteringsreserve moest worden toegevoegd aan de winst van 2004.