Geen verlenging herinvesteringstermijn

7 augustus 2009 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BJ2564, AWB 08/1525

Bij de verkoop van bedrijfsmiddelen door een onderneming kan belastingheffing over de behaalde boekwinst worden uitgesteld door de vorming van een herinvesteringsreserve. De herinvesteringsreserve neemt af door afboeking op de aankoopprijs van nieuwe bedrijfsmiddelen. Vindt geen herinvestering plaats binnen drie jaar na het jaar waarin de reserve is gevormd, dan moet de reserve aan de winst worden toegevoegd en wordt de boekwinst alsnog belast. Verlenging van de driejaarstermijn is mogelijk als de aanschaf van een vervangend bedrijfsmiddel door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Er moet door de onderneming wel een begin van uitvoering zijn gegeven aan de aanschaf van het vervangende bedrijfsmiddel. Een dergelijk begin van uitvoering kan bestaan uit binnen de reguliere termijn gemaakte bindende afspraken ten aanzien van een vervangende investering. Ontbreekt een begin van uitvoering, dan hoeft de vraag of er een bijzondere omstandigheid is die termijnverlenging mogelijk maakt niet beantwoord te worden. 

De rechtbank achtte een BV er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij in het jaar 2004 betalingsverplichtingen was aangegaan met betrekking tot de aankoop van grond. De rechtbank vond wel aannemelijk dat de BV in dat jaar nog wilde investeren om de resterende herinvesteringsreserve te benutten. Meer dan het uitspreken van een intentie en de verwachting om er samen uit te komen was er echter niet gebeurd in dat jaar.