Gemeentelijke baatbelasting onverbindend

26 mei 2011 | Hof Den Bosch | jurisprudentie | LJNBQ4971, 10/00109

Gemeenten kunnen door het instellen van een baatbelasting de kosten van gemeenschappelijke voorzieningen verhalen op de eigenaren van onroerende zaken die profiteren van deze nieuwe voorzieningen. De baatbelasting is niet bedoeld om kosten van onderhoud van bestaande voorzieningen te verhalen.

 

Een gemeente stelde een baatbelasting in voor de financiering van de aanleg van riolering in een bepaalde straat. Volgens de belastingverordening werd belasting geheven van alle onroerende zaken die binnen een afstand van 40 meter een aansluitmogelijkheid op de riolering kregen. Een onroerende zaak die op een afstand van 47 meter van een aansluitmogelijkheid op de riolering lag werd niet in de belastingheffing betrokken, hoewel het technisch gezien mogelijk was om deze zaak aan te sluiten op de riolering.

Hof Den Bosch was van oordeel dat dit pand door het aanbrengen van riolering en de mogelijkheid tot aansluiting van het pand op de riolering in een voordeliger positie was geraakt. Het gehanteerde criterium dat panden die binnen 40 meter van een aansluitmogelijkheid op de riolering lagen waren gebaat, verhindert volgens het hof niet dat ook andere panden baat kunnen hebben bij het aanleggen van riolering. Het 40-metercriterium was overgenomen uit het Bouwbesluit en is daar bepalend voor het bestaan van een aansluitverplichting op de riolering. Volgens het hof is niet de aansluitverplichting maar de technische mogelijkheid tot aansluiting bepalend voor het aannemen van een voordeliger positie. Volgens het hof was de belasting willekeurig en onredelijk en dus onverbindend.