14 mei 2007 | Centrale Raad van Beroep | jurisprudentie | LJN: AU2444, 03/5236
Kleine zelfstandigen maken nogal eens gebruik van detacheringbureaus om aan opdrachten te komen. De detacheerder ontvangt een fee voor zijn bemiddeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. De opzet is dat de opdrachtnemer niet in dienstbetrekking is bij de opdrachtgever, maar als een soort freelancer de opdracht uitvoert. In de praktijk komt het nogal eens voor dat het UWV uitgaat van een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding. Omdat een detacheringsovereenkomst vergelijkbaar is met een uitzendovereenkomst moet binnen de driepartijenrelatie (opdrachtgever, opdrachtnemer en detacheerder) worden beoordeeld of aan de drie criteria voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan. De eerste twee leveren meestal geen probleem op. Aan de verplichting tot persoonlijke arbeidsverrichting is meestal voldaan omdat de opdrachtgever een bepaalde kwaliteit verwacht van de opdrachtnemer. Vervanging door een willekeurige derde is niet aan de orde. Ook aan de verplichting tot loonbetaling wordt voldaan als de opdrachtnemer voor zijn diensten wordt betaald. Struikelblok voor de verzekeringsplicht vormt de gezagsverhouding. De vraag is namelijk of de werkzaamheden onder het toezicht en de leiding van de opdrachtgever worden verricht. Is dat het geval dan is sprake van een dienstbetrekking.