Goede procesorde

24 april 2009 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJNBI0562, 42681

Volgens de Algemene wet bestuursrecht kunnen de partijen in een procedure in aanvulling op hun beroep- of verweerschrift nadere stukken indienen. Dat kan tot tien dagen voor de zitting om de wederpartij de gelegenheid te geven deze stukken te bestuderen. Als stukken binnen tien dagen voor de zitting of op de zitting worden ingediend, dan moet de rechter beoordelen of een goede procesorde dat wel toelaat. Bij de beslissing of een partij, ondanks bezwaar van de wederpartij daartegen, de gelegenheid krijgt om ter zitting bewijsstukken over te leggen, moet de rechter een belangenafweging maken. Uit de uitspraak moet blijken dat deze afweging heeft plaatsgevonden. Wanneer een partij zonder aankondiging vooraf ter zitting stukken inbrengt terwijl de wederpartij niet aanwezig is op de zitting, moet de rechter de wederpartij in de gelegenheid stellen om van de inhoud van die stukken kennis te nemen en daarop te reageren. Doet de rechter dat niet, dan mag hij de ter zitting ingediende stukken niet accepteren als bewijs, tenzij de wederpartij niet in zijn verdediging is geschaad. De rechter moet dat wel onderbouwen. Doet de rechter dat niet, dan is zijn uitspraak onvoldoende gemotiveerd.