14 mei 2007 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN-nummer: AE2245 Zaaknr: 36821
Bij overdracht van een onderneming door een BV aan haar dochtervennootschap is geen goodwill berekend. De dochter-BV wil dit naderhand corrigeren en activeert een bedrag aan goodwill. Dit bedrag wil zij afschrijven in 5 jaar. De inspecteur weigert de activering en de afschrijving. Het Hof staat de activering toe, maar verbiedt de afschrijving, omdat er tegenover de afschrijving bij de dochter geen belastingheffing over de goodwill bij de moeder kan plaatsvinden. Dat komt omdat de termijn voor navordering is verstreken. De Hoge Raad is het eens met het Hof, dat de goodwill alsnog kan worden geactiveerd. Afschrijving van de goodwill is volgens de Hoge Raad wel mogelijk. De wet kent geen bepaling, die afschrijving verbiedt wanneer de wederpartij de goodwill niet in de winst heeft opgenomen.