In het verleden bestaand recht op aftrek voorbelasting mag na wetswijziging niet ongedaan gemaakt wo

12 augustus 2005 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN: AU0859, 36923

De verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld van omzetbelasting. Op verzoek van verhuurder en huurder is het mogelijk om een bedrijfspand belast te verhuren, op voorwaarde dat de huurder het pand voor 90% of meer gebruikt voor belaste prestaties. Voor 1 april 1995 kon belast worden verhuurd ongeacht het gebruik van het pand voor belaste of onbelaste prestaties. Van die mogelijkheid werd gebruik gemaakt door vrijgestelde ondernemers, overheidsinstellingen en sportverenigingen. In plaats van zelf een pand te kopen werd het pand door een gelieerde stichting gekocht, die het belast ging verhuren. Daardoor kon de omzetbelasting op het pand worden verrekend. In veel gevallen was de huur relatief laag. Na het verstrijken van de tienjaarsperiode (inmiddels gewijzigd in een periode van twintig jaar), waarbinnen de aftrek van voorbelasting wordt aangepast aan het gebruik van het pand, werd het pand verkocht. Door een wetswijziging, die eind 1995 van kracht werd, is het sinds 1 april 1995 niet meer mogelijk om belast te verhuren als de huurder geen belaste prestaties verricht. Naar aanleiding van door de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in 2004 een arrest gewezen. Volgens dat arrest mag een lidstaat het recht op de aftrek van voorbelasting van een ondernemer door een wetswijziging intrekken, zonder dat sprake is van fraude, misbruik of van wijziging van het voorgenomen gebruik van de goederen. Vanaf de wetswijziging kan de aftrek van voorbelasting worden teruggenomen door middel van de herzieningsregeling. Er mocht echter niet worden teruggekomen op de periode voor de wetswijziging, omdat er geen leveringshandeling was. De inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd, die er op neer kwam dat de belasting die onder de wettelijke regeling vóór de wetswijziging in aftrek mocht worden gebracht, alsnog werd geheven. Dat was niet in overeenstemming met het arrest van het Hof van Justitie EG. De Hoge Raad heeft de naheffingsaanslag daarom vernietigd.