14 mei 2007 | Ministerie van Financiƫn | publicatie | DGB 2006-124 U
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de berekening van heffingsrente bij belastingaanslagen, met name in verband met aanslagen die zijn opgelegd ter correctie van in 2002 onterecht uitgekeerde algemene heffingskortingen. De terugvorderingen vinden hun oorzaak in aanvragen van belastingplichtigen om uitbetaling van de algemene heffingskorting, terwijl hun partner geen of onvoldoende belasting heeft betaald om het recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting geldend te kunnen maken. De staatssecretaris vindt het niet onredelijk om over deze hele periode heffingsrente in rekening te brengen, aangezien het in rekening brengen of vergoeden van heffingsrente door de belastingdienst voortvloeit uit de belastingwet. Het is een vergoeding voor het liquiditeitsvoor- of nadeel van de schatkist en geen sanctie.