Motivering beroepschrift

24 december 2009 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN BJ9616, 07/11263

De wet stelt aan een beroepschrift de eis dat het is gemotiveerd. Wanneer iemand een beroepschrift indient bij de rechtbank zonder motivering, wijst de griffier hem erop dat het beroepschrift moet worden aangevuld omdat het anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.

De rechtbank Den Haag verklaarde het door iemand ingestelde beroep niet-ontvankelijk omdat hij zijn beroepschrift niet motiveerde. De belanghebbende tekende verzet aan tegen de beslissing van de rechtbank. De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond, waarop de belanghebbende in cassatie ging. De rechtbank was van oordeel dat het als bijlage bij het beroep meezenden van de uitspraak op bezwaar zonder verdere toelichting  niet kan worden aangemerkt als motivering van het beroep.

De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Een beroepschrift is gericht tegen een ander besluit dan het daaraan voorafgaande bezwaarschrift. Dat betekent dat de motivering van het beroepschrift wezenlijk kan verschillen van de motivering van het bezwaarschrift.