30 maart 2011 | Rechtbank | jurisprudentie | LJNBP9088, AWB 10/775
Wanneer te weinig loonbelasting is aangegeven of afgedragen kan de belastingdienst een naheffingsaanslag opleggen. Op grond van een arrest van de Hoge Raad uit 1993 is naheffing van loonbelasting niet mogelijk indien in de inkomstenbelastingsfeer navordering niet mogelijk zou zijn geweest omdat het daarvoor vereiste nieuwe feit ontbreekt.
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een BV die over het jaar 2004 slechts nihilaangiften had gedaan. De dga van deze BV had in zijn aangifte inkomstenbelasting een bedrag aan loon van deze BV opgenomen en een bedrag aan op dat loon ingehouden loonbelasting.
Volgens de rechtbank was sprake van een nieuw feit, zodat navordering in de inkomstenbelasting mogelijk zou zijn geweest. De dga had de ingehouden loonbelasting vermeld in zijn aangifte inkomstenbelasting. De dga had aangegeven dat de ingehouden loonbelasting daadwerkelijk was afgedragen. Dat strookte niet met de ingediende nihilaangiften. In een dergelijke situatie is naheffing van ingehouden maar niet afgedragen loonbelasting bij de werkgever mogelijk. Niet relevant was of de BV of de dga te goeder trouw was. De rechtbank liet de naheffingsaanslag in stand.