Navordering wegens kwade trouw

26 april 2012 | Hof Den Bosch | jurisprudentie | LJNBW2513, 11/00686

Wanneer aanvankelijk te weinig belasting is geheven, kan de Belastingdienst dat corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag, op voorwaarde dat de Belastingdienst beschikt over een zogenoemd nieuw feit. Dat is een feit, dat bij het vaststellen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was bij de inspecteur en dat hem aanleiding zou hebben gegeven om de oorspronkelijke aanslag anders vast te stellen. Ontbreekt een nieuw feit, dan kan de Belastingdienst alleen navorderen als er sprake is van een schrijf- of tikfout bij het vaststellen van de aanslag of als sprake is van kwade trouw aan de zijde van de belastingplichtige. Een schrijf- of tikfout doet zich voor als door een vergissing de aanslag anders wordt vastgesteld dan de bedoeling van de inspecteur was. Een dergelijke vergissing moet wel direct duidelijk zijn voor de belastingplichtige. Is dat niet het geval, dan mag de inspecteur niet navorderen.

 

In een voorkomend geval beriep de inspecteur zich op een schrijf- of tikfout omdat tijdens een controle bij een belastingplichtige een medewerker had verzuimd om de functie "aanhouden aanslagregeling" te activeren in het computerprogramma van de Belastingdienst. Door deze functie niet te activeren werd de aanslagregeling automatisch afgedaan, hoewel de inspecteur correcties wilde aanbrengen op het aangegeven belastbare bedrag. Hof Den Bosch vindt dit een met een schrijf- of tikfout gelijk te stellen vergissing. In dit geval was de vergissing niet direct duidelijk voor de belastingplichtige, omdat de inspecteur pas na dagtekening van de aanslag een brief stuurde met zijn voornemen tot correctie. De inspecteur kon niet bewijzen dat hij bij het opleggen van de aanslag al het voornemen had om de aangifte te corrigeren.

 

Vervolgens onderzocht het hof of sprake was van kwade trouw bij de belastingplichtige. Dat doet zich voor als een belastingplichtige de inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen geeft of opzettelijk de juiste inlichtingen niet geeft. De belastingplichtige in deze casus had omzet niet in zijn administratie verwerkt. Hij had opzettelijk geen informatie over deze omzet aan de inspecteur gegeven en eveneens opzettelijk onjuiste inlichtingen gegeven over zijn handelwijze. Dat leidde ertoe dat te weinig belasting zou worden geheven. Er was daarom sprake van kwade trouw, zodat de inspecteur terecht had nagevorderd.