14 mei 2007 | Overig | jurisprudentie | C‑493/04
Op het gebied van de sociale zekerheid van werknemers en zelfstandigen die binnen de EG in meer landen werkzaamheden verrichten is de EG-verordening 1408/71 van toepassing. Deze verordening voorkomt dat inkomensbestanddelen dubbel in de premieheffing worden betrokken. Het Hof van Justitie EG is verantwoordelijk voor de uitleg van EG-recht. Hof Den Bosch legde in een procedure die betrekking had op de Nederlandse premieheffing volksverzekeringen over rente die een inwoner van België ontving van een Nederlandse vennootschap een zogenaamde prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie EG. De betrokkene, een DGA, werkte in België als zaakvoerder van vennootschappen. Voor de Belgische sociale zekerheidswetgeving zijn dat werkzaamheden die niet in loondienst worden verricht. Daarnaast verrichtte de DGA werkzaamheden als directeur van een in Nederland gevestigde BV. Het voor deze werkzaamheden ontvangen salaris viel in Nederland onder de heffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen. De DGA had een vordering op een dochtermaatschappij van deze BV. De rente, die de DGA op deze vordering ontving, maakte deel uit van het Nederlandse premie-inkomen. Volgens het Hof van Justitie EG voorkomt de EG-verordening 1408/71 niet dat de wetgeving van meerdere staten tegelijkertijd van toepassing kan zijn. Dat betekende dat de DGA zowel in België als in Nederland onder de sociale verzekeringen viel voor het gedeelte van de inkomsten dat in het betreffende land was verdiend.