16 juli 2009 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJNBJ0356, 08/00274
Een administratiekantoor, dat regelmatig facturen maakte en in de administratie verwerkte die niet aan de afnemers werden verstuurd en dat onbetaald gebleven en geretourneerde facturen in de administratie liet openstaan zonder invorderingsmaatregelen te nemen, voldeed niet aan de wettelijke administratieplicht. De gevoerde administratie was geen betrouwbare grondslag voor de omzetberekening. Op grond daarvan werd de bewijslast met betrekking tot de opgelegde naheffingsaanslag, die de grondslag vormde voor de opgelegde boete, omgekeerd en verzwaard.
Ondanks de omkering en verzwaring van de bewijslast moest de inspecteur bewijzen dat het aan opzet van de belastingplichtige was te wijten dat te weinig belasting was geheven. Volgens Hof Arnhem slaagde de inspecteur er in de opzet te bewijzen. Het Hof moest vervolgens beoordelen of de opgelegde boete gezien de omstandigheden van het geval redelijk was voor het vergrijp dat was begaan. Op basis van de omstandigheden vond het Hof een sanctie van 25% van de nageheven belasting in beginsel passend. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn tussen aankondiging en vaststelling van de sanctie verminderde het Hof de boete tot nihil. In totaal had de procedure tien en een half jaar geduurd. Dat lag niet aan de belanghebbende, maar aan de traagheid van de rechterlijke instanties.