4 juni 2010 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BM5126, AWB 08/4752
De terbeschikkingstellingsregeling is van toepassing als de houder van een aanmerkelijk belang een vermogensbestanddeel ter beschikking stelt aan de BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft. Als de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is, vallen de opbrengsten in box 1 en niet in box 3. De terbeschikkingstellingsregeling is ook van toepassing binnen de familiekring wanneer sprake is van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling.
In een procedure voor de rechtbank Arnhem was in geschil of de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is op de verhuur van de onroerende zaken aan een BV als de verhuurders geen aanmerkelijk belang in de BV meer hebben. De verhuurders hadden hun aandelenbelang verkocht aan de moeder van een van hen. De belastingdienst zag de moeder als een stroman. Het economische belang lag in die zienswijze niet bij de juridische aandeelhouder, maar bij de verhuurders van de onroerende zaken. De belastingdienst slaagde er niet in dat te bewijzen. De verhuur van de onroerende zaken viel om die reden niet onder de terbeschikkingstellingsregeling.
Als subsidiair standpunt voerde de belastingdienst aan dat sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling. De verhuur van onroerende zaken is naar zijn aard geen ongebruikelijke transactie. De vraag was daarom of tussen onafhankelijke partijen een dergelijke transactie op gelijke voorwaarden zou zijn overeengekomen. Zo niet, dan was de terbeschikkingstelling ongebruikelijk en was de terbeschikkingstellingsregeling daarop van toepassing.
Volgens de rechtbank was de terbeschikkingstelling ongebruikelijk omdat de huurovereenkomst in een aantal opzichten onzakelijk was. Alle kosten van onderhoud en herstel en alle overige lasten kwamen voor rekening van de huurder tot maximaal 50% van de jaarlijkse huur. Normaal is de aard van de kosten bepalend voor wie deze moet dragen en niet de omvang. De huurovereenkomst bevatte geen vergoedingsregeling bij beeindiging van de huur voor investeringen die de huurder heeft gedaan. Ook ontbrak een periodieke indexatie van de huurprijs.