Ongebruikelijke terbeschikkingstelling

22 januari 2010 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BK6854, 09/965

De terbeschikkingstellingsregeling geldt voor het rendabel maken van vermogensbestanddelen door deze ter beschikking te stellen aan de onderneming van een verbonden persoon. Onder deze regeling valt ook het ter beschikking stellen aan de onderneming van een bloedverwant in de rechte lijn op voorwaarde dat de terbeschikkingstelling in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijk is. Daarvoor moet eerst worden beoordeeld of de terbeschikkingstelling naar haar aard ongebruikelijk is tussen onafhankelijke partijen. Is dat niet het geval, dan moet worden getoetst of de terbeschikkingstelling in de verhouding tussen de betrokken (gelieerde) partijen naar haar aard ongebruikelijk is. Is ook dat niet het geval, dan moet worden getoetst of de tussen partijen overeengekomen voorwaarden tussen onafhankelijke derden niet overeengekomen zouden zijn. Is dat het geval, dan is sprake van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling.

Overeenkomsten van geldlening tussen ouders en kind ten behoeve van de onderneming van het kind zijn op zichzelf niet ongebruikelijk.
Een ouderpaar financierde twee leningen aan hun zoon met hypothecaire leningen. De zoon verstrekte geen zekerheid voor de aflossing van de leningen. Volgens de rechtbank Arnhem waren de leningen verstrekt op onzakelijke, tussen derden niet gebruikelijke, voorwaarden. Mede vanwege het belang dat de ouders hechtten aan een hypotheekvrije eigen woning vond de rechtbank dat de leningen ook in de relatie tussen ouders en kind ongebruikelijk waren.

De afwaardering van de leningen als gevolg van de slechte financiƫle situatie van de zoon kwam daarom ten laste van het belastbare inkomen als negatief resultaat uit terbeschikkingstelling.