10 maart 2011 | Hof Den Haag | jurisprudentie | LJNBP6836, 200.058.749/01
Volgens de Hoge Raad is een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst alleen onder bijzondere omstandigheden niet in strijd met het gesloten stelsel van regels betreffende beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dergelijke omstandigheden doen zich voor wanneer de arbeidsovereenkomst zinloos of inhoudsloos wordt wanneer aan de voorwaarde is voldaan. Voor het slagen van een beroep op een ontbindende voorwaarde mag de vervulling van de voorwaarde niet door de werkgever in de hand zijn gewerkt.
Volgens Hof Den Haag is het stopzetten van een loonkostensubsidie geen omstandigheid waardoor de arbeidsovereenkomst inhoudsloos wordt. De mogelijkheid om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten is door het beëindigen van de subsidie niet vervallen. Het hof vond daarom het wegvallen van de subsidie niet acceptabel als ontbindende voorwaarde voor de arbeidsovereenkomst. Zou deze ontbindende voorwaarde rechtsgeldig zijn, dan zou zonder preventieve toets vooraf het dienstverband kunnen eindigen, terwijl door het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst de werknemer niet de mogelijkheid zou hebben om een schadevergoeding te vorderen.
In dit geval had de werkgever het CWI om toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst verzocht, maar die werd geweigerd. Door de nietigheid van de ontbindende voorwaarde was de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege geëindigd.