14 januari 2010 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BK8134, 357108
Werkgevers moeten zich ten opzichte van hun werknemers als een goed werkgever gedragen. Daar staat tegenover dat de werknemers zich als een goede werknemer moeten gedragen. Voor een werknemer houdt dit in dat hij op redelijke voorstellen van de werkgever die verband houden met gewijzigde omstandigheden op het werk, in het algemeen positief moet reageren. De werknemer mag voorstellen alleen afwijzen als aanvaarding ervan redelijkerwijs niet van hem kan worden gevraagd. Gedraagt de werknemer zich niet als een goede werknemer, dan kan dat gevolgen hebben.
Een werknemer vervulde tijdelijk een dubbelfunctie bij zijn werkgever. Gedurende drie dagen per week vervulde hij de ene functie en gedurende 2 dagen per week de andere. In deze periode werd de werknemer langdurig ziek. Tijdens zijn ziekte groeide de functie die de werknemer voor twee dagen per week vervulde uit tot een fulltime functie. Naar het oordeel van de werkgever kwalificeerde de werknemer niet voor deze functie. De werkgever stelde een aantal andere mogelijke functies voor om het ontstane gat op te vullen.
De werknemer wenste echter alleen terug te keren in de oude dubbelfunctie. De werknemer weigerde mee te werken aan een andere invulling en reageerde vervolgens niet op een voorstel van de werkgever tot beƫindiging van de dienstbetrekking. Daarna diende de werkgever uiteindelijk een verzoek tot ontbinding zonder vergoeding in bij de kantonrechter.
De kantonrechter willigde het verzoek in omdat de werknemer naar zijn oordeel de redelijke voorstellen van zijn werkgever had moeten accepteren. De werkgever had toegezegd dat de werknemer niet achteruit zou gaan in salaris. Daarnaast had de werkgever alle overige door de werknemer geuite bezwaren tegen het anders invullen van de te verrichten arbeid op aannemelijke wijze weten te weerleggen. De werkgever had niet verwijtbaar jegens de werknemer gehandeld.