Ontslag op staande voet

17 september 2010 | Hof Den Haag | jurisprudentie | LJN BN6782, 200.039.115/01

Een werkgever kan een werknemer op staande voet ontslaan als daarvoor een dringende reden bestaat. Het ontslag en de reden daartoe moeten onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. Gebeurt dat niet of ontbreekt de dringende reden, dan is de werkgever schadeplichtig.

 

Een werkgever stuurde een werknemer weg van het werkterrein. Op dezelfde dag stuurde de werkgever een aangetekende ontslagbrief aan de werknemer waarin de reden voor het ontslag werd meegedeeld.

De werknemer bestreed dat hij een brief van de werkgever had ontvangen en klaagde erover dat het salaris niet werd uitbetaald. In de procedure die volgde was onderwerp van het geschil de vraag of het ontslag op staande voet overeenkomstig de formele voorschriften onverwijld en onder gelijktijdige mededeling van de dringende reden aan de werknemer is gegeven. Volgens vaste jurisprudentie moet de afzender van een aangetekende brief bewijzen dat hij de brief aangetekend en naar het juiste adres heeft verzonden en aannemelijk maken dat de brief op de voorgeschreven wijze aan de geadresseerde is aangeboden. Die bewijslast ligt alleen bij de afzender als de geadresseerde stelt dat hij brief niet of te laat heeft ontvangen.

 

In dit geval slaagde de werkgever er niet in aannemelijk te maken dat de ontslagbrief was aangeboden aan de werknemer en dat bij hem bericht was achtergelaten dat hij een aangetekende brief op het postkantoor kon afhalen.

De werkgever voerde aan dat de postbode de gebruikelijke sticker op de envelop had geplakt en had ingevuld. Toch liet dat de mogelijkheid open dat het afhaalbericht waar de sticker vanaf was gehaald niet was achtergelaten bij de geadresseerde. De werknemer hoefde de betwisting van de ontvangst niet te onderbouwen omdat dergelijk bewijs niet te leveren is.

Het ontslag op staande voet was niet onverwijld en onder gelijktijdige mededeling van de dringende reden gegeven, zodat de werkgever de schade van de werknemer moest vergoeden. Van belang in deze procedure was dat de werkgever bij het wegsturen van de werknemer van het werk hem niet heeft meegedeeld dat hij was ontslagen onder opgave van de ontslagreden. Wanneer de werkgever dat wel had gedaan, had de ontslagbrief alleen als bevestiging van het eerder gegeven ontslag gediend.