25 november 2010 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJN BO4494, 10/00093
In het kader van een herstructurering verkocht de enige aandeelhouder van een holding zogenaamde letteraandelen aan een vennootschap waarvan zijn kinderen alle aandelen bezaten. De koopsom werd omgezet in een schuld uit geldlening en werd gedeeltelijk afgelost uit een dividenduitkering van de holding. Twee jaar later vond een soortgelijke exercitie plaats. De restantvorderingen werden overgedragen aan de holding.
De holding verkocht haar werkmaatschappijen aan de houdstermaatschappijen van twee van de kinderen van de oorspronkelijke aandeelhouder tegen schuldigerkenning van de koopsom.
Enkele jaren later wilde de holding de restantvorderingen ten laste van haar winst afwaarderen vanwege de slechte financiƫle positie van de schuldenaar.
Het belangrijkste actief van de schuldenaar was het belang in de holding. Door het ontbreken van winstgenererende activiteiten was de waarde van dit belang in een aantal jaren gedaald. Het eigen vermogen van de schuldenaar was negatief. Hof Arnhem was van oordeel dat de holding een debiteurenrisico had aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Het hof vond aannemelijk dat dit uit aandeelhoudersmotieven was gedaan. Het verlies op de vordering kwam niet in mindering op de winst maar vormde een onttrekking.