Opleggen voorlopige aanslag onzorgvuldig

6 mei 2010 | Hof Den Haag | jurisprudentie | LJN BM1845, BK-09/00161

De wet geeft de inspecteur de bevoegdheid om voorlopige aanslagen op te leggen wanneer hij van mening is dat het bedrag waarop de aanslag na verrekening van voorheffingen en eerdere voorlopige aanslagen vermoedelijk zal worden vastgesteld dit rechtvaardigt.

De inspecteur heeft hierbij een zekere mate van bewegingsvrijheid. Toch moet de inspecteur bij het opleggen van een voorlopige aanslag en vooral bij het bepalen van de hoogte van de vermoedelijke belastingschuld rekening houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Een inspecteur die in een voorlopige aanslag een flink bedrag aan inkomen in box 2 opnam, handelde volgens Hof Den Haag niet zorgvuldig. In het voorgaande jaar was in de voorlopige aanslag een bedrag van € 250.000 in box 2 meegenomen. De inspecteur had zich op zijn minst moeten afvragen of het wel voor de hand lag dat de belanghebbende ook in dit jaar box 2 inkomen zou hebben en zo ja, voor welk bedrag. Door de voorlopige aanslag volledig geautomatiseerd te regelen nam de inspecteur het risico dat de voorlopige aanslag veel te hoog zou worden vastgesteld. De procedure had betrekking op de hoogte van de proceskostenvergoeding.