16 december 2010 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN BO3676, 09/00628
De consument wordt steeds mondiger. Dat geldt ook voor de afnemers van zakelijke dienstverleners als belastingadviseurs. Ontevreden cliƫnten stellen adviseurs aansprakelijk voor (vermeend) onjuiste adviezen.
Een procedure voor de Hoge Raad ging over een beroepsfout van een belastingadviseur bij een verzoek om toepassing van de 35%-regeling. De 35%-regeling (alweer jaren geleden opgevolgd door de 30%-regeling) biedt gedurende maximaal 10 jaar aan uit het buitenland afkomstige deskundigen de mogelijkheid om 35% van hun bruto beloning als netto onkostenvergoeding te ontvangen. De periode van 10 jaar wordt verminderd met eerdere perioden van verblijf of werk in Nederland.
De procedure had betrekking op een Nederlander, die vanaf 1985 in het buitenland had gewerkt en zich verder had gespecialiseerd. In 1997 nam hij contact op met de belastingadviseur in verband met de voorgenomen overname van een bestaande orthodontiepraktijk in Nederland. Op diens advies werd de orthodontiepraktijk aanvankelijk als eenmanszaak gedreven en vervolgens geruisloos ingebracht in een nieuw opgerichte BV. Daarna werd een verzoek ingediend om toepassing van de 35%-regeling. De belastingdienst wees het verzoek af omdat de betrokkene niet door een Nederlandse werkgever vanuit het buitenland was aangeworven.
De betrokkene meende dat de belastingadviseur een beroepsfout had gemaakt door hem niet eerder te wijzen op het bestaan van de 35%-regeling, waardoor hij een aanzienlijk fiscaal voordeel was misgelopen. De Hoge Raad was van oordeel dat dit niet het geval was. De betrokkene had alleen gebruik kunnen maken van de 35%-regeling indien er in de tien jaren voorafgaande aan zijn tewerkstelling in Nederland geen sprake was van relevant verblijf in Nederland. De betrokkene slaagde er niet in dat te bewijzen. Er was daarom geen sprake van geleden schade.