Schorsing concurrentiebeding

2 april 2010 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BL8015, 330852 CV EXPL 1534/10

Het opnemen van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst is niet ongebruikelijk. Een concurrentiebeding moet schriftelijk zijn vastgelegd om geldig te zijn. De rechter kan het concurrentiebeding beperken of buiten werking stellen. Vooruitlopend op een bodemprocedure kan de rechter in kort geding de werking van een concurrentiebeding schorsen.

Dat laatste gebeurde in een situatie waarin een werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had, waarin een concurrentiebeding was opgenomen. De werkgever wilde niet verder met de werknemer na afloop van de arbeidsovereenkomst, maar wilde hem wel houden aan het concurrentiebeding. De werknemer kon in dienst treden bij een concurrent van de werkgever en vroeg de kantonrechter daarom om het concurrentiebeding te schorsen. De kantonrechter honoreerde dat verzoek. Argumenten daarvoor waren dat de vrije arbeidskeuze van de werknemer in het geding was, dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet wilde verlengen en de betrekkelijk korte periode dat de werknemer voor dit bedrijf had gewerkt.

De arbeidsovereenkomst bevatte ook een geheimhoudingsbeding. Dat werd onverkort gehandhaafd.