17 april 2009 | Ministerie van Financiën | jurisprudentie | DGB 2009-555
Volgens beleid van de belastingdienst wordt de heffingsrente beperkt wanneer de belastingplichtige een duidelijk en volledig verzoek tot vaststelling van een voorlopige aanslag heeft gedaan. De heffingsrente wordt dan berekend alsof de gevraagde voorlopige aanslag drie maanden na het verzoek zou zijn vastgesteld. Hof Arnhem paste dat beleid toe in een zaak waarin een duidelijk en volledig verzoek had geleid tot het opleggen van onjuiste voorlopige aanslagen. De belastingplichtige had eind 2003 gevraagd om een voorlopige aanslag voor het jaar 2003 van € 35.000 en voor het jaar 2004 van € 50.000. De inspecteur legde een voorlopige aanslag over 2003 op naar een inkomen van € 35.000 in plaats van een te betalen bedrag van € 35.000. Voor het jaar 2004 kon op dat moment nog geen voorlopige aanslag worden opgelegd. Later volgde wel een, eveneens te lage voorlopige aanslag. Op de definitieve aanslag 2004 moest een bedrag van € 69.691 worden betaald.
De staatssecretaris van Financiën gaat niet in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. Naar de letter heeft de belastingplichtige aan de voorwaarden van het tegemoetkomende beleid voldaan.