29 januari 2010 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJN BL0265, 08/00602
De winst die door een ondernemer wordt behaald met de verkoop van landbouwgrond is ten dele vrijgesteld. Deze landbouwvrijstelling houdt in, dat de waardeverandering van de grond bij voortgezette agrarische bestemming (de WEVAB) niet is belast. Andere waardeveranderingen, bijvoorbeeld door gewijzigde bestemming van de grond of door verbetering, zijn wel belast.
Een melkveehouder verkocht in 1996 een perceel grasland, dat pas in 2002 werd geleverd. De vraag was of de stijging van de WEVAB van het grasland in die periode aan de melkveehouder toekwam bij de berekening van de landbouwvrijstelling.
De verkoopovereenkomst bevatte een aantal bijzondere bepalingen, waardoor naar de mening van de melkveehouder sprake was van een optieovereenkomst of van een verkoop onder opschortende voorwaarde. De melkveehouder meende dat het economische belang van het grasland volledig bij hem was blijven liggen in de periode tussen de verkoop en de levering. De inspecteur meende dat sprake was van verkoop onder ontbindende voorwaarden. In die visie moest de landbouwvrijstelling worden bepaald uitgaande van de WEVAB per datum verkoop en niet van de WEVAB per datum levering van het grasland.
Hof Arnhem was van oordeel dat de verkoopovereenkomst was aangegaan onder ontbindende voorwaarden. Het belang bij de waardeverandering van het grasland lag vanaf de verkoopdatum niet meer bij de melkveehouder. De overeengekomen indexatie van de vastgestelde koopprijs in de periode tussen verkoop en levering vormde in ieder geval niet een economisch belang bij de waardeverandering van de grond.
De verandering in de WEVAB in de periode tussen verkoop en levering was niet van belang voor het bepalen van de landbouwvrijstelling.