Toepassing landbouwvrijstelling

9 oktober 2009 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BJ8802, 08/2291

De waardestijging van landbouwgrond als zodanig is vrijgesteld van inkomstenbelasting. De landbouwvrijstelling kan ertoe leiden dat bij de verkoop van een landbouwbedrijf aan de grond een hogere waarde wordt toegekend om een zo groot mogelijk deel van de verkoopopbrengst belastingvrij te kunnen toucheren. Ook komt het voor dat een koper bereid is om meer voor de grond te betalen dan de waarde in het economische verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik. Het meerdere valt dan niet onder de landbouwvrijstelling.

In een voorkomend geval bedroeg de totale koopsom voor een agrarisch bedrijf € 1.030.000. Deze koopsom was een in het economische verkeer gebruikelijke prijs voor het geheel. In de akte van levering was de koopsom gesplitst in een gedeelte voor de ondergrond en het erf (€ 265.000) en een gedeelte voor de opstallen. De verkoper hield deze splitsing aan voor de berekening van de landbouwvrijstelling. Na taxatie stelt de inspecteur de waarde van de ondergrond en het erf op € 80.000 en corrigeerde hij de landbouwvrijstelling. Het verschil tussen de koopsom van € 265.000 en de getaxeerde waarde van € 80.000 viel niet onder de landbouwvrijstelling. Kennelijk was de koper om andere redenen bereid om € 265.000 te betalen voor een stuk grond met een getaxeerde waarde van € 80.000. Het verschil had geen betrekking op een onder de landbouwvrijstelling vallende waardeverandering van de grond.