15 september 2011 | Hof Den Bosch | jurisprudentie | LJNBR6088, 10/00244
De Wet op de Vennootschapsbelasting kent een beperking van de aftrekbaarheid van rente van schulden voor vennootschappen die deel uitmaken van een concern en die bovenmatig met vreemd vermogen zijn gefinancierd. De aftrekbeperking geldt ook bij grensoverschrijdende concerns.
De renteaftrekbeperking was van toepassing op een Nederlandse BV met een Belgische moedermaatschappij. De BV bestreed dat zij deel uitmaakte van een concern. De moedermaatschappij zou het belang in de BV slechts als belegging aanhouden. Er was echter door
de externe accountant een geconsolideerde jaarrekening opgesteld waarin de BV als onderdeel van de groep was meegeconsolideerd. De Belgische consolidatieregels voor groepen wijken niet af van de Nederlandse regels. Naar het oordeel van Hof Den Bosch gold daarom
als uitgangspunt dat de BV deel uitmaakte van deze groep, tenzij zou blijken dat de geconsolideerde jaarrekening in strijd was met de geldende regels.
De BV slaagde er niet in de onjuistheid van de geconsolideerde jaarrekening te bewijzen.
Het hof wees ook het standpunt dat de deelneming in de BV als belegging werd aangehouden af. Een belegging wordt niet meegeconsolideerd. De activiteiten van de groep bestonden uit de exploitatie van onroerende zaken in diverse landen. Per land werd een vennootschap
opgericht naar het recht van dat land om de activiteiten in dat land te verrichten. Gezien de overeenkomst in activiteiten was volgens het hof geen sprake van een belegging in de Nederlandse BV. Omdat de BV deel uitmaakte van een groep was de renteaftrekbeperking
van toepassing.