Toepassing thincapregeling

1 september 2011 | Rechtbank | jurisprudentie | LJNBR4970, AWB 10/2511VPB, AWB 10/2512 VPB en AWB 10/6716 VPB

De Wet op de Vennootschapsbelasting bevat een zogenaamde thincapregeling. Dat is een regeling die bedoeld is om onderkapitalisatie van groepsvennootschappen tegen te gaan door de aftrek van rente op groepsschulden te beperken. De toepassing van de thincapregeling kan leiden tot economische dubbele heffing wanneer de rente bij de schuldeiser wel belast wordt maar bij de schuldenaar niet aftrekbaar is. Dat gevolg is door de wetgever bewust aanvaard vanwege de preventieve werking die daarvan uitgaat. De thincapregeling bevat geen tegenbewijsregeling.

 

Een BV die werd geconfronteerd met de thincapregeling doordat de rente over door de BV schuldig gebleven dividenduitkeringen niet aftrekbaar was, meende dat de rentekosten in aftrek moesten kunnen worden gebracht omdat van uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag geen sprake was. De rechtbank was van oordeel dat, gelet op de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever, de thincapregeling ook in dit geval van toepassing was. De niet uitgekeerde dividenden vormden geen eigen vermogen, maar waren omgezet in rentedragende leningen. Deze leningen van aandeelhouders vielen onder het bereik van de aftrekbeperking.