Toepassing thincapregeling

5 november 2009 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BK0935, AWB 08/4853

De Wet op de Vennootschapsbelasting bevat een bepaling die de aftrek van rente verhindert bij een vennootschap met een overschot aan vreemd vermogen. Deze bepaling geldt alleen voor vennootschappen die met andere vennootschappen een groep vormen. Een groep is een economische eenheid waarin vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. In de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving is het groepsbegrip nader uitgewerkt. Zo is sprake van een groepsrelatie als een vennootschap een andere vennootschap feitelijk beheerst of feitelijk beleidsbepalend is in die andere vennootschap. De verhouding tussen het teveel aan vreemd vermogen en het gemiddeld vreemd vermogen bepaalt welk deel van de betaalde rente over het vreemde vermogen niet aftrekbaar is. Het is voor toepassing van de aftrekbeperking niet van belang aan wie de rente betaald wordt, met andere woorden dat hoeft niet aan een andere groepsmaatschappij te zijn. Wel moet sprake zijn van een verbonden lichaam. Dat is bijvoorbeeld aan de orde bij een meerderheidsbelang.

De aftrekbeperking geldt ook voor een fiscale eenheid. Daarbij vormt de fiscale vermogensopstelling van de eenheid het uitgangspunt. Dat had gevolgen voor een vennootschap die bij de verkrijging van de aandelen in een dochtermaatschappij ruim € 400.000 aan goodwill betaalde. Na de overname vormden beide vennootschappen een fiscale eenheid. Het bedrag aan goodwill verdween bij de consolidatie. Ultimo 2005 had de fiscale eenheid ruim € 1,2 miljoen aan schulden op een negatief eigen vermogen. Met toepassing van de thincapregeling werd een bedrag aan rente van € 22.050 niet in aftrek toegelaten.