Toepassing thincapregeling

23 oktober 2009 | Rechtbank | jurisprudentie | LJN BK0374, AWB 08/5696

De zogenaamde thincapregeling in de vennootschapsbelasting beperkt de renteaftrek binnen een groepsverband bij een teveel aan vreemd vermogen. Een vennootschap heeft een teveel aan vreemd vermogen als het gemiddelde vreemd vermogen meer bedraagt dan driemaal het gemiddelde eigen vermogen en dit meerdere een bedrag van € 500.000 overschrijdt. Vreemd vermogen is in deze het saldo van verschuldigde en uitstaande geldleningen. Fiscale reserves tellen niet als eigen vermogen.

In een procedure voor de rechtbank Den Haag over de toepassing van de thincapregeling stond de vraag centraal of twee vennootschappen tot één groep behoorden. De ene vennootschap was de moedermaatschappij in een fiscale eenheid, de andere was de meerderheidsaandeelhouder van de moeder in de fiscale eenheid. De rechtbank was van oordeel dat de meerderheidsaandeelhouder de beleidsbepalende zeggenschap had over de fiscale eenheid. Bepalend daarvoor was naast het bezit van de meerderheid van de aandelen, dat de meerderheidsaandeelhouder de directie voerde over de moedermaatschappij van de fiscale eenheid voor een hogere managementfee dan de minderheidsaandeelhouder ontving. De rechtbank leidde daaruit af dat het management vanuit de meerderheidsaandeelhouder kennelijk belangrijker was dan het aandeel van de minderheidsaandeelhouder. Vanwege het groepsverband was de thincapregeling van toepassing. De niet in aftrek toegelaten rente bedroeg € 68.000.