14 februari 2009 | Ministerie van Financiën | besluit | 90211
Voor het privégebruik van een personenauto van de werkgever moet een bijtelling bij het loon van de werknemer worden gedaan. Dat geldt ook als de werknemer een bestelauto van zijn werkgever privé mag gebruiken. In beide gevallen geldt dat er geen bijtelling voor privégebruik hoeft plaats te vinden als de werknemer overtuigend bewijst dat hij in een kalenderjaar maximaal 500 kilometer privé rijdt met de auto van de zaak. Er hoeft evenmin een bijtelling plaats te vinden als de werknemer een verklaring geen privégebruik auto heeft verstrekt. Voor de bewijsvoering moet een rittenregistratie worden bijgehouden. Daarin moet de werknemer elke zakelijke en elke privérit registreren.