Verlengde navorderingstermijn

2 oktober 2009 | Hof Den Haag | jurisprudentie | LJN BJ8428, 09/00067

De reguliere termijn waarbinnen een navorderingsaanslag moet worden opgelegd is 5 jaar. Er geldt een verlengde navorderingstermijn van 12 jaar voor buitenlandse inkomsten en vermogensbestanddelen. De verlengde termijn is bedoeld voor situaties waarin de controlemogelijkheden van de Nederlandse belastingdienst beperkt zijn en de normale navorderingstermijn van vijf jaar te kort is. Volgens Hof Amsterdam mag de inspecteur deze extra bevoegdheid niet gebruiken wanneer hij binnen de reguliere navorderingstermijn over alle noodzakelijke (controle)gegevens beschikt, maar heeft verzuimd om de navorderingsaanslag binnen die termijn op te leggen. De Hoge Raad denkt daar anders over.

Noch uit de tekst van de wet, noch uit de wetsgeschiedenis van de betreffende wetsbepaling is af te leiden dat de bevoegdheid van de inspecteur om gebruik te maken van de verlengde navorderingstermijn vervalt indien hij binnen de reguliere navorderingstermijn in staat was om door het opleggen van een navorderingsaanslag het buitenlandse inkomensbestanddeel in de heffing te betrekken. De procedure had betrekking op een storting op eigen rekening die zou bestaan uit een contant betaald buitenlands dividend. De Hoge Raad verwees de zaak naar Hof Den Haag voor verdere behandeling.

Hof Den Haag stelde vervolgens vast dat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing was omdat geen sprake was van een in het buitenland opgekomen inkomensbestanddeel. De directeur van de betrokken vennootschap had het bedrag gestort op een bankrekening van de vennootschap. De vennootschap had het bedrag in haar aangifte vennootschapsbelasting verantwoord als deelnemingsdividend. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2005 is de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing op een uit het buitenland stammend inkomensbestanddeel als dit rechtstreeks door de buitenlandse debiteur is overgemaakt naar de Nederlandse bankrekening van de belastingplichtige.

Het hof vernietigde de navorderingsaanslag omdat de reguliere navorderingstermijn was verstreken.