23 januari 2009 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJNBD4446, 43299
De termijn waarbinnen een navorderingsaanslag moet worden opgelegd is 5 jaar. Er geldt een verlengde navorderingstermijn van 12 jaar voor buitenlandse inkomsten en vermogensbestanddelen. De verlengde termijn is bedoeld voor situaties waarin de controlemogelijkheden van de Nederlandse belastingdienst beperkt zijn en de normale navorderingstermijn van vijf jaar te kort is. Volgens Hof Amsterdam mag de inspecteur deze extra bevoegdheid niet gebruiken wanneer hij binnen de reguliere navorderingstermijn over alle noodzakelijke (controle)gegevens beschikt, maar heeft verzuimd om de navorderingsaanslag binnen die termijn op te leggen. De Hoge Raad denkt daar anders over. Noch uit de tekst van de wet, noch uit de wetsgeschiedenis van de betreffende wetsbepaling is af te leiden dat de bevoegdheid van de inspecteur om gebruik te maken van de verlengde navorderingstermijn vervalt indien hij binnen de reguliere navorderingstermijn in staat was om door het opleggen van een navorderingsaanslag het buitenlandse inkomensbestanddeel in de heffing te betrekken.