18 juni 2010 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJN BM6775, 08/00527
Een onroerendgoedmaatschap was deels hypothecair gefinancierd. In verband met een tegenvallende exploitatie gaven de maten aan de financier het recht om de onroerende zaken te verkopen en de opbrengst te behouden, waartegenover de financier de restschulden van de maten zou kwijtschelden.
De vraag was of de vrijval van de schuld aan de financier onder de kwijtscheldingswinstvrijstelling viel. De vraag was met name of goed koopmansgebruik vanwege de samenhang tussen de kwijtschelding van de schuld en het geleden verlies op de onroerende zaken verplichtte om de schild te waarderen op nihil. Dat zou betekenen dat de kwijtscheldingswinstvrijstelling niet van toepassing was.
De inspecteur meende dat de onroerende zaken en de schuld samenhangend moesten worden gewaardeerd. Tegenover de verliesneming bij de verkoop van de onroerende zaken moest in zijn opvatting een winst in aanmerking worden genomen door herwaardering van de schuld tot nihil. Hof Arnhem was van oordeel dat ook bij samenhangende waardering de vrijstelling van toepassing was op de kwijtschelding van de schuld.