14 mei 2007 | Hof Arnhem | jurisprudentie | LJN-nummer: AE4764 Zaaknr: 99/03559
Onder de wet op de inkomstenbelasting 1964 gold voor aandelen in een buitenlandse beleggingsinstelling een fictief rendement. Dat fictieve rendement hoeft niet te worden aangegeven, wanneer wordt aangetoond, dat de door de aandeelhouder ontvangen opbrengst van de aandelen meer is dan de belegginginstelling in het voorgaande jaar aan opbrengsten van zijn bezittingen heeft genoten. Deze opbrengst was in het voor deze procedure relevante jaar volgens de aandeelhouder nihil. De inspecteur wilde de vrijval een pensioenvoorziening (de pensioengerechtigden hadden afgezien van hun aanspraken op pensioen) ook aanmerken als opbrengst van een bezitting. Op grond daarvan vond hij, dat het fictieve rendement moest worden toegepast. Hof Arnhem stelde vast dat uitsluitend de opbrengsten van activa zijn bedoeld in de wettelijke bepaling. De vrijval van pensioen valt niet aan te merken als opbrengst van bezittingen. Er hoefde geen fictief rendement te worden aangegeven.