Waardeaangroei blote eigendom

6 juni 2008 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJNBD3191, 43801

Volgens de Wet IB 1964 behoorde de aangroei van blote eigendom naar volle eigendom bij een tijdelijk genotsrecht op een zaak tot het inkomen. Het bedrag dat bij het inkomen moest worden geteld werd door de inspecteur bij beschikking vastgesteld. In een niet gepubliceerde uitspraak heeft de rechtbank Leeuwarden geoordeeld dat het feit dat deze beschikking van de inspecteur nog niet is vastgesteld op het moment dat de aanslag inkomstenbelasting over een jaar wordt opgelegd, niet betekent dat de waardeaangroei niet mag worden belast. De belanghebbende verwierf in 2000 de blote eigendom van enkele percelen landbouwgrond. In dat kader werd een bedrag van € 4.686 tot zijn belastbare inkomen over het jaar 2000 gerekend. De aanslag werd op 10 december 2003 opgelegd. De beschikking van de inspecteur werd pas op 22 maart 2005 afgegeven. De Hoge Raad heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd.