Waardering woning bij overbrenging naar privé

4 juli 2007 | Ministerie van Financiën | besluit | CPP2007/521M, Stcrt. nr. 131

Als een ondernemer zijn woning tot het ondernemingsvermogen rekent moet hij als hij de woning naar zijn privévermogen overbrengt inkomstenbelasting betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de woning. Blijft de ondernemer zelf in de woning wonen dan vormt dat een waardedrukkende factor. Volgens de Hoge Raad vormt de verkoopwaarde in verhuurde staat het uitgangspunt, maar moet deze waarde worden gecorrigeerd omdat een bewoner in het algemeen een hogere prijs zal willen betalen dan de prijs die in verhuurde staat mag worden verwacht. In een besluit is het beleid van Financiën voor de waardering in bewoonde staat bij een verplichte overgang van de woning naar het privévermogen opgenomen. Het beleid heeft in de praktijk het karakter van een compromis. De ondernemer moet uiterlijk in de bezwaarfase kiezen voor toepassing van dit beleid. De waarde bewoond voor de woning van een ondernemer met een leeftijd tot en met 60 jaar bedraagt 65% van de waarde in vrije staat. Voor ieder jaar dat de ondernemer ouder is dan 60 jaar komt er 1% bij, tot een maximum van 75% bij een leeftijd van 70 jaar. Er kan ook een waardedrukkende factor wegens zelfbewoning van toepassing zijn op andere gebouwen die aanhorigheden van de woning zijn en die niet afzonderlijk van de woning verkoop- of verhuurbaar zijn. Voor een vrijwillige overgang van een bedrijfswoning naar het privévermogen geldt als uitgangspunt een waardering op ca. 90% van de waarde in vrije staat. Een vrijwillige overgang doet zich voor bij een woning die tot het keuzevermogen behoort en waarvoor wegens een bijzondere omstandigheid de keuze voor ondernemingsvermogen wordt gewijzigd in privévermogen. Om praktische redenen heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat de waarde in bewoonde staat wordt gesteld op 80% van de waarde in vrije staat. Ook in dit geval geldt dat de ondernemer uiterlijk in de bezwaarfase daarvoor moet hebben gekozen.